De symfonische muziekpagina's
Door Niels Le Large ©
Terug naar de indexpagina...|
Het zelfreinigend vermogen
Ludwig ergert zich aan het kabaal van Wagners Walküre, Alma is allergisch voor de vogelgeluiden van Messiaen en Arnold zal eigener beweging nooit iets van Boccherini spelen. Zo kent elke muzikant wel een muziek(stuk) waarmee hij of zij geen affiniteit heeft. Toch kunnen die musici dergelijke composities doorgaans stilistisch goed vertolken. Dat lijkt ongerijmd. Je zou zeggen: als iemand iets niet lust, weet hij er ook geen chocola van te maken.
Nochtans kan het. En dat is maar goed ook, want als het anders was, kon geen
orkest meer iets spelen dat niet op de volledige instemming van alle musici kon
rekenen. Dit psychologisch mechanisme zit onderhuids en werkt als volgt.
Symfonische musici maken deel uit van een grootschalig collectief. En in dat
dynamische gezelschap wordt een minder bezielde individuele bijdrage, doorgaans
door 'de groep' gefilterd en bijgestuurd tot een gemeenschappelijke koers.
Anders gezegd: een twijfelende eenling in een symfonieorkest trekt zich op aan
zijn geïnspireerde buren. Vanzelfsprekend kent dit revisiemodel een grens. Naarmate
een orkest meer musici bevat met een beperkte ontvankelijkheid voor een bepaald
repertoire, stijgt op dat muzikale deelgebied de kans op een artistieke miskraam.
Een orkest dat in meerderheid onpasselijk wordt van Weense walsen, zal nooit
triomfen vieren met Johann Strauss. Het artistieke zelfreinigend vermogen van een
muziekensemble wordt dan ook gemeten via een cliché: hoeveel meer is de gezamenlijke
muzikale potentie, dan de som der delen zou doen vermoeden. Hoe groter dat verschil,
hoe meer Ludwig zich mag ergeren aan Die Walküre. Een voorbeeld van inlevingsvermogen
over en weer. |