De symfonische muziekpagina's

Door Niels Le Large ©

Terug naar de indexpagina...

Tijd

De geschiedenis suggereert herhaling waar die in werkelijkheid niet is. Neem nu de schandaal verwekkende rock-'n-roll uit de jaren vijftig. Een muzieksoort die in het toenmalig klassieke milieu van ganser harte werd betiteld als ontaard. Vergeet niet, de jazz was toen nog maar net ketelmuziek af verklaard. En wat die rock-'n-roll betreft...een van de toenmalige conservatoriumdocenten dreigde mij met verwijdering van school, als hij mij nog eens zou betrappen bij de elektrische-gitaar-afdeling van een bekende platenzaak in Amsterdam. Voilą, inmiddels is jazz tot kunst verklaard en werd de rock de mondiale volksmuziek. Toch klinkt die niet meer als destijds. Vanzelfsprekend niet, want toen heette Vietnam nog Indo-China en de kwade geest van 'de bom' toen, is zestig jaar lang in de fles gebleven. Wat ontstond is een door de tijd gefilterde versie, losgezongen van haar oorspronkelijke milieu.

Een en ander geldt natuurlijk niet alleen voor de rock-periode van zo'n vijftig hedendaagse jaren, maar in nog veel sterkere mate voor het spelen van 400 jaar kunstmuziek. Waarbij een ding voorop staat: historische feiten zijn van groot, zo niet doorslaggevend belang voor de wijze waarop wij de muziekgeschiedenis tot klinken brengen. Een voorbeeld. Omdat in de achttiende eeuw een sterk linkerhand-vibrato bij strijkers ongebruikelijk was, gooien de violisten er tegenwoordig geen negentiende-eeuwse jengel meer tegenaan. Maar ja, authentiek is ook Mozarts ergernis over slecht stemmende houtblazers. Toch heb ik Nikolaus Harnoncourt nooit de fluitisten van het Concertgebouworkest horen verzoeken vals te spelen. Daar zijn we in de loop der eeuwen nu eenmaal (speel)technisch overheen gegroeid en niemand verlangt terug naar wat Amadeus liever niet had willen horen. Kortom, 'hoe het op zijn best geklonken zou kunnen hebben', zo benaderen wij het muzikale verleden.

Bovendien voltrekken veranderingen in de uitvoeringspraktijk zich langzaam en geleidelijk, tot ze voldoende gerijpt zijn om gemeengoed te worden. Jan Bos, de voormalige solohoornist van het Concertgebouworkest, vertelde mij eens dat al in de jaren dertig van de vorige eeuw in het orkest grote bezwaren bestonden tegen de wijze waarop Willem Mengelberg Beethoven vertolkte. Men vond dat toen al niet meer 'van deze tijd'. En zelf ben ik nog niet vergeten, dat in de zogenoemde moderne jaren zestig, zo'n hausse aan nieuwe muziek moest worden uitgevoerd dat - door gebrek aan voorbereiding en helaas soms ook wel lijdelijk verzet - van een adequate uitvoering bijwijlen geen sprake was. Moet je vandaag de