|
Strijk en zet
Over de klank en de daaraan ontleende identiteit van het strijkorkest
van het Koninklijk Concertgebouworkest doen de vreemdste verhalen de
ronde en de meeste ervan komen van binnenuit. Vraag een KCO-violist dit
veelgeroemde geluid te schetsen, tien tegen een dat hij verzandt in een
schemerig romantisme over portamento, stokvoering en de ziel van het orkest.
Dat neemt niet weg, dat het Concertgebouworkest door de tijden
heen kans heeft gezien zijn strijkers op hoog niveau te houden en spreekwoordelijk
karakteristiek te laten blijven. Een niet geringe prestatie, want het orkest
heeft zijn musici altijd moeten rekruteren via zijn artistieke faam en niet
door zijn financiële arbeidsvoorwaarden. Het mechanisme dat aan deze
klankconservering ten grondslag ligt, is even eenvoudig als doeltreffend:
omdat veruit de meeste van de op jonge leeftijd geworven strijkers levenslang
bij het orkest in dienst blijven, overleveren die door de jaren heen hun
speelstijl en groepsattitude aan hun opvolgers. En zolang er geen grootschalige
onomkeerbare schade wordt aangericht en niet hele instrumentale groepen tegelijkertijd
met pensioen gaan, vernieuwt het strijkorkest zich weliswaar gelijdelijk in klank,
maar blijft het verleden hoorbaar. Bovendien is hier sprake van volledige
'eigen kweek', want er komt geen buitenstaander aan te pas. Met de aantekening
dat dirigenten in dit verband geen buitenstaanders zijn, daar die worden
uitgenodigd om als interpreet en trainer het orkest op zijn best te houden.
Waarmee we zijn beland bij de tweede parameter in de klankbeeldconstructie:
de (chef)dirigent.
Dirigenten - en met name chef-dirigenten - oefenen een enorme invloed uit op
de speelstijl en de klank van 'hun' strijkorkest. Vooral de chef-dirigent, want
die staat tijdens het concertseizoen veruit het vaakst en het langst voor zijn
orkest en dirigeert - als het goed is - het breedste repertoire. Bovendien draagt
hij de eindverantwoordelijkheid voor de klinkende kwaliteit van zijn orkest. Het
draait in deze om een rechtstreekse vertaling van de maestro's opvattingen over
ensemblespel, klankkleur en ritmische structuren, die via nuchtere speeltechnische
aanwijzingen aan de musici moeten worden overgebracht. Tot tenslotte hoorbaar wordt
wat de dirigent in kwestie voor ogen staat. Dat is de reden waarom de strijkers
onder leiding van Bernard Haitink met brede gebaren de strijkstok van slof tot
punt mochten/mogen bewegen (waartegen sommige blazers zich nogal eens amechtig
afzetten), en het bij Riccardo Chailly verboden was/is de noten langer te maken
dan ze staan voorgeschreven (wat door een deel van de strijkers als ondraaglijk
leed werd ondergaan). Bovendien vond/vindt Haitink de muzikale beweging van het
strijkorkest maatgevend voor alle anderen in het orkest en zag/ziet Chailly alle
orkestgroepen als gelijkwaardige symfonische partners. Met als gevolg (zonder
generaliseren is geen duiding mogelijk) dat het Concertgebouworkest onder leiding
van Bernard Haitink bedekt maduro klinkt en met Riccardo Chailly metalliek transparant.
En het is geen toeval dat die twee verschillende tinten in de praktijk geassocieerd
worden met respectievelijk de negentiende en de twintigste eeuw; kijk maar naar de
partities van hun repertoire.
Maar nu het meest saillante! In de tweede helft van de twintigste eeuw zijn het niet
de chef-dirigenten Bernard Haitink en Riccardo Chailly geweest die het duidelijkste
stempel op het KCO-strijkorkest hebben gedrukt. Die historische daad was het werk van
Nikolaus Harnoncourt. Een omwenteling. Onder Nikolaus Harnoncourt werd het vooroorlogse
vibrato aan banden gelegd en kreeg de rechterhand (de stokvoering) prioriteit boven de
linker (de vingers). Onder zijn leiding werd Mozart onder hoogspanning gezet en opgeladen
tot Ein richtiges Skandal. En de violisten die de snaren daarbij onvoldoende ranselden
riep hij luidkeels toe: "Schade das Sie nicht trommeln können!"
En dat allemaal op moderne
instrumenten met de A op 441 Hertz. Maar omdat het klinkend resultaat de muziekwereld
versteld deed staan, hebben wij hem toch benoemd tot ere-gastdirigent. Terecht. Het 'geluid'
van het Koninklijk Concertgebouworkest is doordrenkt met zijn invloed. Het strijkorkest voorop.
|
|
|