De symfonische muziekpagina's

Door Niels Le Large ©

Terug naar de indexpagina...

Opera lite

november 2007

Het mini-operagezelschap Piccola Lirica in Rome heeft een nieuwe trend geïntroduceerd: Opera Lite. Het betreft hier een uitvoeringsmodel waarbij de oorspronkelijke lengte van een opera wordt inkort tot (voor ons moderne gevoelsleven) draaglijke proporties. Die tijdbesparing wordt bereikt via het aanbrengen van coupures en het weglaten van herhalingen in die delen van het werk, welke door de uitvoerenden van niet-essentieel belang worden geacht voor de voortgang van het muzikale verhaal. De pilot van deze anorexiale opera-format bestond uit een 90-minuten durende versie van Tosca. In deze remake van Giacomo Puccini's meesterwerk krijgt politiechef Scarpia binnen anderhalf uur het mes tussen de ribben en werpt Floria Tosca zich van de transen van de Engelenburcht. Bovendien werd, om het publiek een depressieve nasmaak te besparen, een happy end aan de opera toegevoegd waarin de overleden geliefden worden teruggeroepen voor een postmortale copulatiescène. Het geheel speelde zich af in het 170 stoelen tellende schouwburgje Teatro Flaiano aan de Via Santo Stefano del Cacco. Piccola Lirica trad daarbij op met een cast van vijf vocalisten en verving voor deze mini-adaptatie het operaorkest door vier keyboardspelers, die de oorspronkelijke partituur omzetten in meer aan de huidige tijdgeest aangepaste eletronische samples.

"Jonge Italianen leven sneller en gaan daardoor niet meer naar de opera, dus komen wij ze tegemoet," zo verdedigde de directeur van het gezelschap - Rossana Siclari - deze culturele bedrijfspolitiek. De muziekcorrespondent van de New York Times die een van de uitvoeringen bijwoonde (Michael Kimmelman), beschreef het gebeuren als het kijken naar een operavoorstelling in een goederenlift en verder zag hij merendeels toeristen en weinig jonge Italianen in de zaal.

Slechte smaak natuurlijk, dat kwartet synthesizers en het toegevoegde valse slot, maar toch voel ik sympathie voor zo'n vrijpostig initiatief. Arnold Schönberg bewerkte om financiële redenen stukken van beroemde voorgangers voor de Weense muzieksalon en elke musicoloog knikt daarbij ernstig instemmend. En in de achttiende eeuw was het volstrekt gebruikelijk dat hofkapelmeesters composities van collega’s aanpasten aan de plaatselijke orkestrale bezetting. Dus mag er in de eenentwintigste eeuw best een nieuwlichterspoging worden gedaan om grote meesterwerken op kleinschalige wijze onder de jeugdige aandacht te brengen. En dat het daarbij stilistisch gezien niet altijd even puriteins toegaat, is van alle tijden.

Overigens roept een en ander bij mij de herinnering op aan Louis Andriessens bewerking van Beethovens Zesde symfonie. Een arrangement voor blazers waarin in zeven minuten de gehele symfonie wordt samengevat, zonder dat het publiek tekort wordt gedaan want alle thema’s passeren tenminste twee keer de revue.