|
De tamboer van Frans Banning Cocq
Rechts op De Nachtwacht (tegenwoordig weten we dat het De Dagwacht
is) staat een half van het schilderij gesneden trommelaar. Hij is de
gildetamboer Jan van Campoort*) en de enige van naam bekende figuur,
die niet hoefde te betalen om te mogen worden afgebeeld. De leden van
het Corporaalschap van Kapitein Frans Banning Cocq en Luitenant Willem
van Ruytenburch betaalden namelijk pro rato voor hun plaats op het schilderij.
Van Campoort mocht dus vanuit financieel oogpunt gezien eigenlijk niet op de
Nachtwacht, maar Rembrandt heeft hem er toch opgezet. En dat is maar gelukkig
ook, want nooit eerder of later zijn een trommel én haar bespeler zo adembenemend
mooi afgebeeld. Het is de best geschilderde trom aller tijden. Het slag en
ondervel liggen vakbekwaam om de hoepels gerold. Het koord dat de bovenste
spanrand met de onderste verbindt, is gestrikt volgens de regels van de kunst.
De spanleren zitten alle op gelijke hoogte. Dat betekent dat de spanning van de
vellen rondom evenwichtig is verdeeld. Zo wordt het 'janken' van de trom voorkomen.
Het toongat in de ketel, waar doorheen de verhoogde luchtdruk na de aanslag wordt
afgevoerd, heeft de juiste diameter. Verder liggen de drie darmsnaren keurig over
de middellijn van het ondervel en klemmen (om de veerkracht in stand te houden)
netjes afgeknoopt tussen de spanrand en de ketel. Kortom, het instrument is een
lust voor het oog en daarover zijn alle deskundigen het eens.
Over Jan van Campoort zelf is men minder eenstemmig. In de kunsthistorische
literatuur wordt hij geschetst als een pokdalige dronken lor, die van het overmatig
alcoholgebruik niet meer uit z'n ogen kan kijken. Een gerechtelijke dwaling. Frans
Banning Cocq's tamboer zal 'm ongetwijfeld hebben weten te raken, maar dat gold
destijds voor heel Amsterdam. Het water was ondrinkbaar, waardoor zwart brood, haring
en bier het basispakket aan eerste levensbehoeften vormden. Waarschijnlijk wordt dit
dronkenmans idee veroorzaakt door het volgende.
Doordat de trom op het linkerbovenbeen steunt, bevindt de linkerhand hand zich zo
dicht bij het midden van het slagvel, dat de linker trommelstok zijwaarts moet zwaaien
om voldoende ruimte te krijgen: de military grip. Door die beweging én het trekken van
de bandelier over de rechter schouder, laat de tamboer het hoofd naar rechts hangen.
Hij doet dat, ter bevordering van het lichamelijk evenwicht. Daardoor wordt de blik
luikend links neerwaarts gericht. En omdat de tamboer vanuit een laag standpunt
geschilderd is, geeft hem dat een lodderig aanzicht.
Nu vind je buitengewoon weinig tamboers onder de kunsthistorici, dus deze praktische
kennis ontbreekt in die kring. Maar Rembrandt was een genie en zag het wel. Die
schilderde z'n trommelende vriend (van Campoort schijnt Rembrandt na het schilderen
van De Nachtwacht een geroffelde serenade te hebben gebracht) uit het leven gegrepen.
Ergo, in werkelijkheid verkeert Jan van Campoort in opperste concentratie. Banning Cocq
heeft het bevel tot opmarcheren gegeven en het is van Campoorts betaalde verantwoordelijkheid
dat ordelijk te doen verlopen. Hij trommelt met kleine bewegingen. Luid is onnodig.
Dit is geen troep onwillige soldaten, maar een gerespecteerd schuttersvendel dat zich
in beweging zet. En waar een trom roffelt, blaft altijd een hond.
*) Volgens historicus Bas Dudok van Heel betreft het hier Jacob Jorisz (1591 - 1646?). Of
deze dezelfde is als Jan van Campoort weet ik niet.
Klik hier voor een detailfoto...
|
|
|