De symfonische muziekpagina's
Door Niels Le Large ©
Terug naar de indexpagina...|
In opdracht van de muze
Hoe en wanneer speelt er zich er iets bijzonders af in de chemie tussen orkest en dirigent? Dat is, zelfs bij een toporkest met een dito dirigent, slechts ten dele te voorspellen. Zo'n gebeurtenis vindt spontaan plaats en daarom meestal onverwacht. Toch - hoe kan het ook anders - ligt er immer een muzische indicatie aan ten grondslag. Een voorbeeld.
Toen de Duitse dirigent Eugen Jochum op hoge leeftijd en na langdurige afwezigheid
wederom het Koninklijk Concertgebouworkest dirigeerde, deed hij dat met Bruckners
Zevende symfonie. Staan kon de oude meester niet meer. Maar omdat hij zittend
dirigeren verafschuwde, had men voor de bejaarde maestro een stastoel getimmerd
waartegen hij gedurende het musiceren kon leunen. Aldus dirigeerde Eugen Jochum -
het broodmagere, breekbare lichaam in passieve balans - nog slechts met handen en
ogen. Zo'n heldendaad katalyseert Sturm und Drang bij het sentimentele Concertgebouworkest.
De vlam sloeg dan ook in de pan, toen halverwege de uitvoering Jochum zich met
bovenmenselijke inspanning van het dirigeermeubel verhief, gelijk opgaand met het
toenemende klankvolume en de bāton bevend voorwaarts gestoken. Tot hij tenslotte, vlak
voor de daverende climax met de beroemde bekkenslag, levensgevaarlijk wiebelend op
beide benen stond. Deze spontane daad van zelfvernietiging in dienst van de muziek
bracht de leden van het Concertgebouworkest in opperste staat van opwinding. Hoe
verder Jochum zich strekte, hoe meer de ruggen zich kromden. Meedogenloos ranselden
de strijkstokken de snaren. De blazers, bezig aan de opbouw van de pathetische climax,
haakten adembenemend in. Zo schiep het Concertgebouworkest zich een geluidsmonument,
dat als een reusachtige vuist op de hemelpoort dreunde. Met de fameuze bekkenslag als
muzikale catharsis. Toen die gevallen was, viel Jochum bekaf terug tegen z'n stastoel,
richtte zijn trouwe hondenogen op het slagwerkplatform en...salueerde. Zo stuurt een
begenadigd dirigent het orkest op geheel eigen wijze langs het heilige vuur van de
muzikale geest. Neem nu Mariss Jansons. |