|
De zaak Mozart & Stadler;
Ach, een echte Kwestie is het eigenlijk niet, die wonderlijke
vriendschap tussen Wolfgang Amadeus Mozart en de klarinettist
Anton Stadler. 't Is meer dat in de zaak Mozart & Stadler
goed en kwaad tot een historisch stereotiep is geworden, waarbij een
aantal aspecten onderbelicht bleef.
De Weense klarinettist Anton Stadler wordt door de Mozart‑biografen
opgevoerd als een schoft, een profiteur, een dief, een gokker, een
flierefluiter, een lapzwans. Geen scheldwoord wordt gemeden om de
karakterloosheid van de man te schetsen. Deze collectieve steniging
echter, heeft een amusante consequentie: Mozart is, tot aan zijn dood
toe, met Stadler bevriend geweest en gebleven. Plaatsvervangende schaamte alom.
Dit 'ongepaste' aspect van Mozarts leven wordt in de boeken dan ook
éénregelig afgedaan met de verklaring, dat Stadler zo'n goed klarinettist
was en Wolfgang Amadeus zo'n nobel mens.
Evenwel, de aanklagers van Stadler vergaren hun bewijsmateriaal uit
wat anderen over hem hebben beweerd. Maar wie die anderen precies waren,
blijft in het duister. En Stadler zelf kan zich postuum niet verdedigen,
omdat hij weliswaar bekend én berucht was, maar er slechts weinig over
zijn privéleven bekend is. Wie was Anton Stadler?
Anton Paul Stadler werd (waarschijnlijk) op 28 juni 1753 in Bruck
an der Leitha geboren en stierf op 15 juni 1812 te Wenen. Anton en zijn
jongere broer Johann (1755-1804) waren voortreffelijke klarinettisten en
bassethoornspelers. Zij begonnen hun muzikale loopbaan in dienst van vorst
Galitsin van het Russische Gezantschap aan het Weense hof. Daarnaast
werkten zij regelmatig mee aan de concerten van de Wiener Tonkünstler-Sozietät.
In 1783 traden de gebroeders toe tot de Keizerlijke Harmonie, een elitegezelschap
waarin alleen de allerbeste instrumentalisten werden opgenomen. Zo belangrijk
vond de vorst de kwaliteit van zijn keizerlijk blazersensemble, dat hij zelf
deel uit maakte van de toelatingscommissie.
Anton Stadler ging in de Keizerlijke Harmonie de tweede klarinet spelen.
Niet omdat hij een minder goed klarinettist was dan zijn broer, maar doordat
hij een bijzondere belangstelling aan de dag legde voor het lage toonregister
van de klarinet. Het bespelen van de bassethoorn (een soort altklarinet) had
dan ook zijn voorkeur. Zo gewild waren de Stadler-Brüder, dat zij toestemming
hadden om, naast hun werk met de Harmonie, op te treden met andere, meestal
incidenteel samengestelde ensembles. In 1787 'promoveerden' de broers van
de Harmonie naar de Keizerlijke Hofkapel.
Mozart & Stadler in vogelvlucht
Mozart heeft Anton Stadler waarschijnlijk voor het eerst in 1783 ontmoet,
maar de eerste bewijzen van een kameraadschappelijke relatie dateren van 1784.
Op zaterdag 23 maart van dat jaar namelijk, werd in het Weense Nationaltheater
Mozarts Serenade in Bes (KV361) uitgevoerd. Anton Stadler ontfermde
zich bij die gelegenheid over de, waarschijnlijk voor hem geschreven, klarinetpartij.
Een jaar later, in september 1785, trad Anton Stadler toe tot de vrijmetselaarsloge
Zum Palmbaum, een inwijding waarbij Mozart zeer waarschijnlijk aanwezig was. De
twee gaven in oktober van dat jaar een benefietconcert in Zum Palmbaum voor de
bassethoornspelers en logebroeders David en Springer. Ook in andere
vrijmetselaarsloges was het duo Mozart & Stadler muzikaal kind aan huis.
In januari 1787 reisden Wolfgang en Constanze Mozart naar Praag, waar de
componist veel succes zou boeken met zijn Figaro. Anton Stadler vergezelde hen.
Op 22 december 1789 vertolkte Stadler, samen met Wofgang de première van het
voor hem gecomponeerde Kwintet in A (KV581). Dat gebeurde tijdens een
kerstconcert in het Burgtheater.
Mozart heeft niet alleen veel, maar vooral prachtige dingen voor Stadler
geschreven. Want behalve de al genoemde Serenade en het Kwintet, componeerde
Wolfgang voor zijn vriend twee obligaatpartijen in La clemenza di Tito en
het klarinetaandeel in het Kegelstatt-trio (KV498), dat bij de première
werd uitgevoerd door Franziska von Jacquin (piano), Wolfgang Amadeus Mozart (altviool)
en Anton Stadler (klarinet).
In de herfst van 1791 gingen Wolfgang en Constanze opnieuw naar Praag en namen
leerling Süssmayr en - voor de Mozarts vanzelfsprekend - Stadler mee. Bij vertrek
voelde Wolfgang zich zo beroerd dat hij in huilen uitbarstte. Mozart reisde naar
Praag om de uitvoering van zijn opera La clemenza di Tito (een opdracht in
verband met de kroning van Leopold ll tot koning van Bohemen) voor te bereiden.
Hij lag niet op schema en zag zich genoodzaakt in de koets door te componeren.
Süssmayr hielp hem daarbij door de recitatieven voor te bereiden. Vriend
Stadler ging mee naar Praag om de obligaatpartijen voor klarinet en bassethoorn
in deze opera (nummers 9 en 23) te vertolken en oogstte daar ovationeel
applaus mee; vooral van zijn collega's in de orkestbak.
Terug in Wenen tenslotte, oktober 1791, voltooide Mozart (opgewekt in zijn brieven
aan de in Baden kurende Constanze, doch in werkelijkheid doodziek) tussen de
werkzaamheden aan de Zauberflöte en het Requiem door, het schitterende
(basset)Klarinetconcert in A (KV622). Een compositie waarvoor hij al jaren
eerder aantekeningen had gemaakt. Het lijkt of Mozart het einde voelde naderen en
zich realiseerde dat hij zijn vriend iets onsterfelijks wilde nalaten. Als dat
zo was, is hij daarin volledig geslaagd. Waarom dan toch, valt iedereen zo over
Anton Stadler heen?
De kwestie is deze...
Anton Stadler was een groot musicus, maar is de geschiedenis ingegaan als
iemand die zich overal inlikte. Een man die anderen immer geld en goederen
afhandig trachtte te maken. Het leidt geen twijfel dat Stadler nogal los van
zeden was, maar of zijn criminele reputatie in overeenstemming is met de toenmalige
werkelijkheid, is de vraag. Met wat slechte wil zou uit de nalatenschap van Mozart
kunnen worden opgemaakt, dat Anton Stadler Wolfgang vijfhonderd gulden (florijnen)
schuldig was. Maar het betreffende stuk is daar onduidelijk over en het lijkt
onwaarschijnlijk dat Mozart, zelf in forse financiële moeilijkheden verkerend,
Stadler een bedrag ter grote van bijna een jaarwedde zou hebben kunnen lenen.
Zeker, Stadler leidde een alles behalve kleinburgerlijk leven. Hij verkeerde meer
dan eens in penibele sociale omstandigheden. In 1785, bijvoorbeeld, moest hij
zijn bezittingen verpanden om in leven te kunnen blijven en dat gebeurde in 1787
nog eens. Wellicht het gevolg van speelschulden, maar nog geen reden om iemand
voor schurk uit te maken. Het schelden op Stadler is voornamelijk gebaseerd
op twee beschuldigingen:
1) toen Stadler na één van zijn veelvuldige bezoeken het pand van de Mozarts
verliet, deed hij dat met meenemen van een stapeltje pandbrieven, dat op straat
door hem te gelde werd gemaakt. Maar terwijl thans iedereen daarvan schande spreekt,
reageerde Mozart - zelf toch slachtoffer van die veronderstelde luizestreek -
opmerkelijk onverschillig. Kon het hem écht niks schelen of had hij boter op zijn hoofd?
2) Stadler is verantwoordelijk voor het zoekraken van de autograaf van het
Klarinetconcert, omdat hij dat werk onder eigen naam zou hebben willen
uitgeven. Maar waarom is dat dan niet gebeurd?
Kwade tongen? Speculatie? Hoe het ook zij, Wahrheid und Dichtung lopen in de
zaak Mozart & Stadler dooreen. Wat was het dan wél, wat Mozart bevriend deed zijn
met een man die als misdadiger te boek is gesteld? Misschien ligt het antwoord bij
de kegelclub.
Anton Stadler mag dan een losbol zijn geweest, hij was wel een groot musicus en
tevens Mozarts logebroeder in de vrijmetselarij. Bovendien waren beide heren er op
gesteld, na gedane arbeid gezamenlijk het vrolijke leven te zoeken. Dat aspect
werd en wordt door historici veronachtzaamd. Zelfcensuur uit behoefte het genie
Mozart als mens, mooier voor te stellen dan hij in werkelijkheid was?
Hoe dan ook, Wolfgang en Anton 'stapten' samen en bezochten daarbij huizen van
vertier. Bij welke gelegenheden een consumptiepatroon van twee liter wijn de man
niet ongebruikelijk was. De Alte Kameraden moeten in ieder geval meermalen
slingerend de smalle Gassen van Wenen zijn doorgestrompeld. Kortom, Mozart en
Stadler kenden elkaar van haver tot gort en Wolfgang zag geen aanleiding Anton
- om welke reden ook - te mijden. In dit licht gezien, bestond er voor Mozart
blijkbaar een andere Anton Stadler dan in de processen-verbaal wordt opgevoerd.
Dat kan kloppen, want toen welhaast iedereen in Wenen zich van de verarmde
Mozart had afgewend en deze een bitter man geworden was, liet Anton Stadler
zijn 'straatvriend' Wolfgang niet in de steek. Zo werden en worden Mozarts
strapatsen door de historici vergoelijkt als kwajongsstreken en is Anton
Stadler de geschiedenis ingeschreven als het lelijke eendje naast de
majestueuze zwaan. Als karikatuur, dus. Daarom moet Anton Stadler worden
vrijgesproken. Al was het maar bij gebrek aan bewijs.
|
|
|