De symfonische muziekpagina's

Door Niels Le Large ©

Terug naar de indexpagina...

Massabeweging

Bestaan er algemeen geldende criterea met betrekking tot het takteren die een jong dirigent zich zal moeten eigen maken? Zeker. Maar let wel, in de artistieke chemie tussen dirigent en orkest is bewegingsprecisie slechts een onderdeel van het gecompliceerde spel en niet eens het belangrijkste.

De gewichtigste aspecten van het dirigeervak liggen in de kunstzinnige en pedagogische facetten van het beroep. En juist daarover bestaat weinig of geen literatuur. Dat is minder verwonderlijk dan het lijkt, want voor die abstracte dimensie van de professie bestaat geen ander opleidingsmodel dan de uitvoeringspraktijk zelf. En die is meedogenloos en niet-academisch tegelijk. Het gezamenlijk tot klinken brengen van een partituur is nu eenmaal niet een overzichtelijk parcours met dwingend opgelegde, laat staan algemeen geëerbiedigde gedragsregels. Orkestraal musiceren is een immens ingewikkelde collectieve handeling en daardoor een nooit precies te voorspellen massabeweging. Hoe een muzikale gedachte via lichaamstaal aan een grote - niet zelden sceptische - groep muzikanten moet worden overgebracht, blijft in het onderricht aan dirigenten daardoor grotendeels buiten beeld. De maestro zal die spekgladde weg geheel alleen moeten afleggen. Dat is zo'n vreselijke Alleingang dat veel aspirant-dirigenten er vroegtijdig onder bezwijken.

Daar komt nog bij dat het juiste gebaar niet noodzakelijkerwijs afkomstig hoeft te zijn van de handen. Het kan ook een bezwering zijn in de vorm van een nauwelijks waarneembare hoofdknik of een onverwachte oogopslag. Ja, bij het dirigeren kan elke vorm van lijfelijke beroering als muzikale beeldspraak dienen. Zelfs een abrupte lichamelijke verstijving heeft, onder bepaalde omstandigheden, een psychologisch effect. En in die kunst van de muzikale luchtspiegeling weten (wisten) alleen de echte maestro's hun gestiek een persoonlijke handtekening mee te geven. Zoals de dubbelhandige bijlslag van Carlo Maria Giulini, de linkse tremor van Valery Gergiev, de gebalde vuisten van Leonard Bernstein, de stramme schoolslag van Nikolaus Harnoncourt, de golvende service van Riccardo Chailly, de rechtse uppercut van Kirill Kondrasjin, de gestaalde ondergreep van Mariss Jansons en de zijwaartse lange boog van Bernard Haitink. En wat er ook gebeurt, die body language blijft ze hun leven lang bij. Zij studeren nieuwe partituren, dirigeren verschillende orkesten, worden ouder en mogelijk wijzer, maar het 'gebaar' blijft. En er is meer goed nieuws. Goede dirigenten worden nog betere dirigenten naarmate hun leeftijd vordert. Geloof het of niet, ouderdom is voor orkestmusici een geldig artistiek argument. Dat zit zo.


Roofdier

"Orkesten zijn roofdieren als het gaat om oprecht of vals. Dus als je het gaat porren, weet je nooit precies hoe het reageert," zei eens de voormalige chef-dirigent van het Koninklijk Concertgebouworkest Riccardo Chailly. En hij had gelijk. Orkestmusici eisen duidelijkheid van een dirigent. Zij verwachten allereerst een heldere muzikale visie met betrekking tot de uit te voeren compositie. Geen verheven gedachte zonder een praktische boodschap. Dus dirigenten die zich als interpreet wereldwijd hebben bewezen, dragen het gewicht mee van de jaren waarin zij - veelal dwars door een woud van opgetrokken wenkbrauwen heen - hun artistiek gezag bevochten. Vaak werden hun podiumverrichtingen eerst publiekelijk afgebrand en pas later bejubeld. Niet zelden ook hebben zij zich in de loop van het leven een ander podiumgedrag moeten aanmeten, omdat het niet lukte op de wijze die hun oorspronkelijk voor ogen stond. En zij die dat niet konden, zijn afgevallen of leiden een stroef bestaan dat zich verplaatst van het ene mediocre muziekensemble naar het andere.
De veelbelovende jonge dirigent is daarom niet te benijden. Zijn grootste fan is zijn moeder, maar de orkestmusici zien vooral zijn nestharen. Hij mag de taal van zijn meester niet spreken want namaak is verboden. Maar een eigen interpretatie ontwikkelen gaat nu eenmaal met vallen en opstaan, dus zonder voldoende tijd en krediet lukt dat niet. Gedreven door talent en ambitie, stelt hij zich voor groots en meeslepend te leven in dienst van de toonkunst, maar het beste wat hem ten deel kan vallen is welwillendheid.
"Onder de zestig jaar oud wordt een dirigent door een orkest niet serieus genomen," aldus de Engelse dirigent John Eliot Gardiner. Een grapje, maar God hoorde hem brommen.