De symfonische muziekpagina's

Door Niels Le Large ©

Terug naar de indexpagina...

Elementair

januari 2009

Tijdens de overdosis aan tv-muziek en -ballet die ik rond de jaarwisseling met een schuin oog volgde, viel mij het volgende op. Er bestaan zaken in de uitvoeringspraktijk van kunst en amusement die zo zuiver elementair zijn, dat z e (waarschijnlijk juist door hun eenvoud) voor sommigen niet te hanteren blijken. Neem nu een grootschalig showorkest op de televisie. Een showorkest op de televisie speelt via een tot de tanden bewapende public-amplification, maar vervolgens draagt (een deel van) die band een koptelefoon over de oren. Waar luisteren die muzikanten in hemelsnaam naar. Een drumcomputer? De regisseur die schreeuwt wanneer zij moeten ophouden? Ze swingen gezamenlijk op orkaankracht en toch moeten zij blijkbaar iets anders horen om elkaar te kunnen volgen. Het is het gevolg van geluidsversterking (boostering) als dommekracht. Het stapelen van de ene geamplificeerde klanklaag op de andere, tot de instrumentale klankverhouding is ingedikt tot een massief geloei waarvan geen chocola meer valt te maken. Terwijl de meest principale wet van de orkestratieleer hier nu juist voorschrijft de onderlinge klankbalans wat genuanceerder af te stellen.

In dit verband van basisbeginselen denk ik ook nog wel eens terug aan de repetities van de dansgroep die ik, vroeger jaren, met een klein muziekensemble begeleidde en waarvan de ballerina’s bij het uittellen van een choreografische figuur van acht passen voortdurend dachten een stap tekort te komen. Omdat zij niet in de gaten hadden dat het telwoord ‘zeven’ twee lettergrepen heeft. Leren dansers zelfs niet de meest basale regels van de algemene muziekleer?

Maar laat ik bescheiden blijven. In een reisverslag over een tournee van het Koninklijk Concertgebouworkest in het programmablad Preludium schetste ik eens een voorbijglijdend landschap vol zuurkool. Mijn groenteman, een fervent concertbezoeker, las dat en lag in een deuk.